Koning en Keizer
De meest op de voorgrond tredende gildebroeder, ook letterlijk, is de Koning. Dat is de gildebroeder, die bij het koningschieten de houten vogel of papegaai van de schutsboom heeft geschoten. Hij is de representant van zijn gilde en mag de koningsbreuk dragen, de verzameling zilveren schilden, die door deopeenvolgende Koningen aan het gilde zijn geschonken. Op die schilden staan hun naam, een spreuk en de datum van hun koningschap en een voorstelling die slaat op hun beroep of belangstelling. De oudste koningsschilden van het Sint-Sebastiaansgilde dateren uit de tweede helft van de 16e eeuw. In het fraai geïllustreerde » Koningsboek « worden sindsdien de antecedenten van de koningen en een beschrijving van hun schild opgenomen.
De Koning draagt verder het juweel, het teken van de patroon, met daaraan de zilveren vogel (papegaai) en de kostbare koningsketen waaraan vroeger de koningsschilden hingen. Al die attributen stammen uit de 16e eeuw. De Koning heeft ceremoniële taken, en rechten en plichten.
Mocht een gildebroeder driemaal achtereen koning schieten dan is hij levenslang Keizer. Hij is dan negen jaar koning geweest. Eigenlijk zou hij voor de duur van zijn leven bezit mogen nemen van het gilde en alle bezittingen, de 'gildeschat'.
Het gilde koopt dat recht af door de Keizer een kostbaar draagteken, bestaande uit drie zilveren vogels te schenken, dat hij overigens na zijn dood wel aan het gilde nalaat.
De huidige keizer is Joop Sleddens, die in 1991, 1994 en 1997 koning schoot.Vóór hem is er bij het Sint-Sebastiaansgilde maar één keer een Keizer geweest en wel Hendrik Schaapsmeerders in 1773. Toen schoot men blijkbaar om de zes jaar koning. Zijn keizersteken en de twee schilden van zijn voorgaande koningschappen in 1761 en 1767 bleven bewaard.
Alleen de koningen van het gilde na de heroprichting zijn vermeld in het » Koningsboek «. Er is ook een uitgebreide » lijst van koningen « beschikbaar.

